ECLI:NL:CRVB:2018:3317
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering en beëindiging Ziektewetuitkering wegens voldoende medische grondslag
Appellant, werkzaam als heftruckchauffeur, kampte met hart- en psychische klachten en vroeg op 30 augustus 2015 een WIA-uitkering aan. Een verzekeringsarts stelde een duidelijke verbetering vast en beoordeelde appellant als geschikt voor passende werkzaamheden, wat leidde tot een arbeidsongeschiktheidspercentage van 16,78%. Het UWV wees de WIA-uitkering af en beëindigde later ook de Ziektewetuitkering.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en bracht medische verklaringen van zijn psycholoog-psychotherapeut in, maar deze werden door het UWV en de rechtbank ongegrond verklaard. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten en verzocht om inschakeling van een onafhankelijk deskundige, verwijzend naar het gelijkheidsbeginsel.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beoordelingen zorgvuldig en juist waren, dat de psychologische informatie reeds bekend en meegewogen was, en dat er geen aanleiding was voor een onafhankelijk deskundige. De eerdere uitspraken werden bevestigd en de bezwaren van appellant verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering en dat de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd.