ECLI:NL:CRVB:2018:3362
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen onbevoegdverklaring verzoek om herziening in sociale zekerheidszaak ongegrond verklaard
Verzoeker diende een verzoek om herziening in tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep in een sociale zekerheidszaak. De Raad verklaarde zich onbevoegd om kennis te nemen van dit verzoek. Verzoeker stelde verzet in tegen deze beslissing en vroeg tevens om wraking van de behandelend rechter.
De Raad overwoog dat het verzoek om herziening betrekking had op een wrakingsbeslissing waartegen op grond van de Awb geen rechtsmiddel openstaat. Verzoeker voerde aan dat dit in strijd was met de artikelen 6 en 13 EVRM, die toegang tot de rechter en een effectief rechtsmiddel waarborgen.
De Raad oordeelde dat verzoeker voldoende toegang tot de rechter heeft gehad via de reguliere rechtsmiddelen en de wrakingsprocedure. Het ontbreken van een rechtsmiddel tegen de wrakingsbeslissing zelf maakt de procedure niet in strijd met het EVRM. De wrakingsregeling is correct toegepast en de procedure was onpartijdig en eerlijk.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de onbevoegdverklaring van het verzoek om herziening wordt ongegrond verklaard.