ECLI:NL:CRVB:2018:3381
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvragen op grond van de Wet buitengewoon pensioen en Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers
Appellante verzocht in april 2016 om toekenningen op grond van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 (Wbp) en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Zij stelde betrokken te zijn geweest bij verzetsactiviteiten en slachtoffer te zijn van oorlogsgeweld, waaronder seksueel misbruik door een Duitse Oberscharführer en het meemaken van een bombardement in Amsterdam.
De Centrale Bestuurscommissie van de Stichting 1940-1945 kon de door appellante gestelde verzetsactiviteiten niet bevestigen, waarna de Pensioen- en Uitkeringsraad de aanvragen afwees. Appellante voerde aan dat het ontbreken van bevestiging niet tegen haar mocht worden gebruikt vanwege het tijdsverloop, maar de Raad stelde dat objectieve bevestiging noodzakelijk blijft.
Met betrekking tot de Wubo-aanvraag werd vastgesteld dat het bombardement had plaatsgevonden, maar appellante onvoldoende directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld had aangetoond. Ook aanvullende verklaringen over fusilleringen en wegvoeren van ouders van derden konden de afwijzing niet doorbreken.
De Raad verklaarde de beroepen ongegrond en bevestigde de afwijzing van beide aanvragen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen van appellante tegen de afwijzing van haar Wbp- en Wubo-aanvragen worden ongegrond verklaard.