ECLI:NL:CRVB:2018:3538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening tegen afwijzing kwijtschelding schulden
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om kwijtschelding van schulden, wat bij besluit van 21 september 2016 werd afgewezen. Appellant maakte op 28 september 2016 bezwaar, maar dit werd pas op 10 november 2016 per e-mail ingediend bij de gemeente. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de zeswekentermijn voor bezwaarindiening.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het bezwaarschrift al vóór het einde van de termijn was ontvangen, onderbouwd met een e-mail van 1 december 2016 waarin sprake was van een bezwaarmapje. De Raad oordeelde dat dit niet aannemelijk was en dat het bezwaarschrift pas op 10 november 2016 was ontvangen.
Appellant voerde verder aan dat hij meerdere keren telefonisch contact had gehad met de gemeente over het bezwaarschrift, maar kon niet aantonen dat dit vóór 10 november 2016 was. De Raad concludeerde dat er geen verschoonbare termijnoverschrijding was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare omstandigheden.