Uitspraak
16.6013 WWAJ
31 augustus 2016, 14/7915 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, welke door het UWV is afgewezen op grond van het oordeel dat zij in staat is meer dan 75% van het minimumloon te verdienen. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep hebben het beroep van appellante ongegrond verklaard.
De medische beoordeling, gebaseerd op rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, concludeerde dat de beperkingen van appellante niet zodanig zijn dat zij niet kan werken. Hoewel appellante fibromyalgie en spit heeft, zijn deze diagnoses onvoldoende om objectief medisch vastgestelde beperkingen aan te tonen.
De Raad heeft het oordeel van de rechtbank onderschreven en benadrukt dat appellante geen nieuwe medische informatie heeft aangeleverd die tot een ander oordeel zou kunnen leiden. De afwijzing van de Wajong-uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen Wajong-uitkering krijgt vanwege onvoldoende medisch vastgestelde beperkingen.