ECLI:NL:CRVB:2018:3557
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering pgb wegens onvoldoende verantwoording en nalatigheid bewindvoerder
Appellant beschikte over een persoonsgebonden budget (pgb) voor het jaar 2013 ter financiering van AWBZ-zorg. Na goedkeuring van de verantwoording over de eerste helft van 2013, keurde het zorgkantoor de verantwoording over de tweede helft af wegens het niet tijdig aanleveren van een zorgovereenkomst en relevante stukken.
Het zorgkantoor stelde het pgb vast op het bedrag van de eerste helft van 2013 en vorderde een bedrag terug. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat de nalatigheid van zijn toenmalige bewindvoerder hem onevenredig benadeelde en dat urenverantwoording bij 24-uurszorg niet vereist was.
De Raad oordeelde dat de nalatigheid van de bewindvoerder volledig voor risico van appellant komt en dat het zorgkantoor terecht het pgb lager heeft vastgesteld vanwege het ontbreken van objectieve gegevens. De belangenafweging door het zorgkantoor was gerechtvaardigd, ook gezien de intensieve zorgbehoefte van appellant.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Gelderland, zonder proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van het pgb wegens onvoldoende verantwoording en nalatigheid van de bewindvoerder.