ECLI:NL:CRVB:2018:3715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.J.J.M. de Werd
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging kinderbijslag wegens niet-rechtmatig verblijf
Appellant, afkomstig uit Irak, verbleef sinds 2008 in Nederland en ontving vanaf 2009 kinderbijslag voor zijn vier kinderen. In 2014 beëindigde de Sociale Verzekeringsbank (Svb) de kinderbijslag omdat appellant sinds 5 augustus 2014 niet meer rechtmatig in Nederland verbleef. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het duurzame karakter van zijn verblijf en bijzondere omstandigheden recht geven op kinderbijslag, ondanks het ontbreken van een rechtmatige verblijfsstatus. De Svb handhaafde het standpunt dat rechtmatig verblijf een vereiste is volgens artikel 6, tweede lid, van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant op grond van het nationale recht niet verzekerd was voor de AKW en dat de bijzondere omstandigheden geen grond vormen om af te wijken van de wettelijke bepalingen. Ook uit het internationale recht kan geen recht op kinderbijslag worden afgeleid. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op kinderbijslag wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf.