ECLI:NL:CRVB:2018:3797

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 november 2018
Publicatiedatum
29 november 2018
Zaaknummer
16-7284 PW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • A. Stehouwer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 lid 1 ParticipatiewetArt. 2 IOAW
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting bijstand afgewezen wegens niet voldoen aan IOAW-voorwaarden

Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Roermond waarin hij werd vrijgesteld van bepaalde verplichtingen op grond van de Participatiewet. Hij stelde dat hij recht had op een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW).

Het college verklaarde het bezwaar ongegrond en motiveerde dat appellant niet in aanmerking kwam voor een IOAW-uitkering omdat hij op de eerste dag van zijn werkloosheid nog geen 50 jaar oud was. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.

In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat appellant niet voldeed aan de leeftijdsvoorwaarde van de IOAW en dat het college bevoegd was het besluit te nemen. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen omdat het hoger beroep niet slaagde.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

16.7284 PW-PV

Datum uitspraak: 13 november 2018
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 23 november 2016, 16/581 (aangevallen uitspraak), en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Roermond (college)
Zitting heeft: A. Stehouwer als voorzitter
Griffier: F.H.R.M. Robbers
Appellant is in persoon verschenen. Het college heeft zich, met bericht, niet laten vertegenwoordigen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Het college heeft appellant bij besluit van 10 september 2015 vrijgesteld van een aantal verplichtingen op grond van artikel 9, eerste lid, van de Participatiewet (PW).
2. Appellant heeft op 23 september 2015 bezwaar gemaakt tegen het besluit van
10 september 2015 en aangevoerd dat hij recht heeft op een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW). Appellant heeft op 27 februari 2016 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar.
3. Bij besluit van 8 maart 2016 (bestreden besluit) heeft het college alsnog op het bezwaar tegen het besluit van 10 september 2015 beslist. Het college heeft voor zover hier van belang het bezwaar ongegrond verklaard omdat appellant voldoet aan de voorwaarden voor voortzetting van de bijstand. Het college heeft in het bestreden besluit ten overvloede gemotiveerd dat appellant als hij een uitkering zou aanvragen, daarvoor niet in aanmerking komt.
4. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep voor zover gericht tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
5. Appellant heeft als eerste beroepsgrond aangevoerd dat het college hem geen verdere bijstand had moeten verlenen, maar een besluit had moeten nemen op zijn verzoek in bezwaar om hem een IOAW-uitkering toe te kennen.
6. Het college heeft naar het oordeel van de Raad appellant terecht vrijgesteld van een aantal verplichtingen op grond van artikel 9, eerste lid, van de PW.
7. De Raad overweegt ten overvloede dat, wat er ook zij van een aanvraag, appellant niet voor een IOAW-uitkering in aanmerking zou komen omdat hij niet aan de voorwaarden van
artikel 2 van Pro de IOAW voldoet. In artikel 2 van Pro de IOAW wordt onder een werkloze werknemer verstaan, de persoon die op de eerste dag van de werkloosheid 50 jaar of ouder is. Appellant is werkloos geworden op 1 november 2007 en op de eerste dag van die werkloosheid was appellant 49 jaar oud. Appellant had de leeftijd van 50 jaar dus nog niet bereikt.
8. Appellant heeft als tweede beroepsgrond aangevoerd dat het bestreden besluit onbevoegd is genomen en daarom zonder rechtsgevolg moet blijven.
9. Het bestreden besluit is ondertekend door de directeur van de sector Burgers en Samenleving. In het Mandaatbesluit gemeente Roermond 2013, zoals dat ook gold ten tijde hier van belang, heeft het college de directeur van de sector Burgers en Samenleving gemandateerd om namens het college een beslissing op bezwaar in het kader van de PW te nemen. Het bestreden besluit is bevoegd genomen.
10. Omdat het hoger beroep niet slaagt, bestaat voor een veroordeling tot vergoeding van schade geen grond.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
getekend) F.H.R.M. Robbers (getekend) A. Stehouwer

LO