ECLI:NL:CRVB:2018:3839

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 november 2018
Publicatiedatum
3 december 2018
Zaaknummer
18/1644 WAO-V-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet betalen griffierecht ongegrond verklaard

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht. Appellant stelde in het verzet dat het griffierecht wel binnen de termijn was betaald. De Centrale Raad van Beroep heeft echter vastgesteld dat in de financiële administratie geen betaling door of namens appellant is teruggevonden en dat appellant geen bewijsstukken heeft overgelegd ter onderbouwing van zijn stelling.

Tijdens de mondelinge behandeling verscheen niemand namens appellant. De Raad concludeerde dat appellant geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die rechtvaardigen dat hij niet in verzuim zou zijn geweest. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet.

De uitspraak bevestigt het belang van tijdige en aantoonbare betaling van griffierechten in bestuursrechtelijke procedures en benadrukt dat stellingen zonder bewijs niet tot een andere uitkomst leiden.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet betaling van het griffierecht.

Uitspraak

Datum uitspraak: 13 november 2018
18/1644 WAO-V-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 februari 2018, 17/6483 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Zitting heeft: H.C.P. Venema
Griffier: M.A.E. Lageweg
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 28 juni 2018 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
In het verzetschrift heeft appellant te kennen gegeven dat hij het griffierecht binnen de termijn heeft betaald.
Appellant heeft in verzet geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. In de financiële administratie van de Raad is geen door of namens appellant gedane betaling aangetroffen. Appellant heeft zijn stelling niet met bewijsstukken onderbouwd.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) M.A.E. Lageweg (getekend) H.C.P. Venema

LO