ECLI:NL:CRVB:2018:3839
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet betalen griffierecht ongegrond verklaard
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht. Appellant stelde in het verzet dat het griffierecht wel binnen de termijn was betaald. De Centrale Raad van Beroep heeft echter vastgesteld dat in de financiële administratie geen betaling door of namens appellant is teruggevonden en dat appellant geen bewijsstukken heeft overgelegd ter onderbouwing van zijn stelling.
Tijdens de mondelinge behandeling verscheen niemand namens appellant. De Raad concludeerde dat appellant geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die rechtvaardigen dat hij niet in verzuim zou zijn geweest. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet.
De uitspraak bevestigt het belang van tijdige en aantoonbare betaling van griffierechten in bestuursrechtelijke procedures en benadrukt dat stellingen zonder bewijs niet tot een andere uitkomst leiden.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet betaling van het griffierecht.