ECLI:NL:CRVB:2018:3842

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 november 2018
Publicatiedatum
3 december 2018
Zaaknummer
18/179 PW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 8:104 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling appèlverbod bij uitspraken belastingjaaropgaven

In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep behandeld tegen uitspraken van de rechtbank Rotterdam inzake belastingjaaropgaven. Appellante was niet verschenen tijdens de zitting, terwijl het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen zich liet vertegenwoordigen. De Raad oordeelde dat de aangevallen uitspraken onder artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht vallen, waardoor op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb geen hoger beroep mogelijk is.

De Raad bevestigde dat een doorbreking van het appèlverbod alleen kan plaatsvinden bij evidente schending van de eisen van een goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen, wat hier niet aan de orde was. Hoewel appellante bezwaar had ingediend bij de belastinginspecteur, was het niet doorzenden van bezwaarschriften geen zodanige schending dat het appèlverbod doorbroken kon worden.

De Raad verklaarde zich daarom onbevoegd en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is openbaar gedaan en bevatte een duidelijke motivering over het appèlverbod en de toepasselijke wettelijke bepalingen.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd tot het behandelen van het hoger beroep vanwege het appèlverbod.

Uitspraak

18.179 PW-PV, 18/180 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 12 december 2017, 17/1208 en 17/1503 (aangevallen uitspraken)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen (college)
Datum uitspraak: 27 november 2018
Zitting heeft: M. Hillen
Griffier: C.A.E. Bon
Appellante is niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. W.A. de Vreij en J. van den Berg.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
1. De aangevallen uitspraken zijn uitspraken als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb kan tegen een dergelijke uitspraak geen hoger beroep worden ingesteld.
2. Volgens vaste rechtspraak kan voor doorbreking van een wettelijk appèlverbod slechts aanleiding zijn indien sprake is van evidente schending van eisen van een goede procesorde dan wel van fundamentele rechtsbeginselen, zodanig dat van een eerlijk en onafhankelijk proces geen sprake is. Een dergelijke schending doet zich hier niet voor. Nog los van het feit dat appellante daadwerkelijk bezwaar heeft ingediend bij de belastinginspecteur, is het niet doorzenden van de bezwaarschriften tegen de jaaropgaven naar de belastinginspecteur niet zo’n schending.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) C.A.E. Bon (getekend) M. Hillen
md