ECLI:NL:CRVB:2018:3865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging individuele inkomenstoeslag voor alleenstaande volgens Participatiewet
Appellant heeft op 31 juli 2016 en 3 augustus 2017 aanvragen ingediend voor een individuele inkomenstoeslag. Het college van burgemeester en wethouders van Medemblik kende deze toeslag toe volgens de norm voor alleenstaanden en verklaarde de bezwaren ongegrond.
De rechtbank Noord-Holland heeft deze besluiten op 17 augustus 2017 en 17 mei 2018 bevestigd. Appellant stelde dat hij recht had op de hogere toeslag voor gehuwden, omdat hij algemene bijstand ontvangt volgens de gehuwdennorm door toepassing van de kostendelersnorm.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant als alleenstaande wordt aangemerkt volgens artikel 4, eerste lid, onder a van de Participatiewet. De toeslag wordt terecht toegekend volgens de norm voor alleenstaanden. Het feit dat de algemene bijstand via de kostendelersnorm gelijk is aan de helft van de gehuwdennorm doet hier niet aan af. Appellant heeft een zelfstandig recht op de toeslag en deelt de woning met zijn moeder, wat geen recht geeft op de gehuwdennorm.
Proceskosten worden niet toegewezen. De uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen en is in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Appellant heeft terecht een individuele inkomenstoeslag ontvangen volgens de norm voor alleenstaanden en niet voor gehuwden.