ECLI:NL:CRVB:2018:3877
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-loonaanvullingsuitkering gegrond op medische beoordeling
Appellant, voormalig vrachtwagenchauffeur, ontving een WGA-loonaanvullingsuitkering die door het UWV werd beëindigd na een herbeoordeling op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellant tegen deze beëindiging ongegrond, waarbij zij de medische beoordeling en de functionele mogelijkhedenlijst (FML) als deugdelijke grondslag beschouwde.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat hij volledig arbeidsongeschikt bleef. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de verzekeringsartsen zorgvuldig hadden gehandeld en dat de informatie van de behandelende artsen, waaronder een neuroloog, adequaat was betrokken bij de beoordeling. De aanvullende medische informatie gaf geen aanleiding tot aanpassing van de FML.
De Raad stelde vast dat appellant met inachtneming van de beperkingen in de FML in staat is om de geselecteerde functies uit te oefenen. Omdat appellant geen nieuwe medische informatie aanleverde, werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering wegens een deugdelijke medische grondslag.