ECLI:NL:CRVB:2018:3983

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 december 2018
Publicatiedatum
12 december 2018
Zaaknummer
17/7534 AWBZ-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging besluit over persoonsgebonden budget aan overleden echtgenoot

Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het zorgkantoor om het persoonsgebonden budget (pgb) dat in 2014 aan haar overleden echtgenoot is verleend, op nihil vast te stellen. Dit vanwege het ontbreken van relevante stukken om de rechtmatige besteding te beoordelen.

Ondanks herhaalde verzoeken heeft appellante geen nadere informatie of verantwoording overgelegd en is zij niet verschenen bij de zitting. Haar hogerberoepschrift bevatte geen gemotiveerde gronden, alleen de stelling dat geen sprake is van onverschuldigde betaling.

De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De Raad oordeelt dat appellante belang heeft bij de uitspraak, maar dat de aangevoerde gronden onvoldoende zijn om het besluit te vernietigen.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit om het pgb over 2014 op nihil vast te stellen wegens ontbreken van verantwoording.

Uitspraak

17.7534 AWBZ-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 3 november 2017, 17/87 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V. (zorgkantoor)
Datum uitspraak: 12 december 2018
Zitting heeft: J.P.A. Boersma
Griffier: M.A.A. Traousis
Ter zitting is verschenen: mr. S. Gezer, als gemachtigde van het zorgkantoor.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
1. Nu de toegezegde nadere informatie met betrekking tot de aanvaarding van de erfenis ondanks herhaalde verzoeken niet is verstrekt en de gegevens in het dossier niet toereikend zijn om vast te stellen dat appellante de erfenis van wijlen haar echtgenoot [naam echtgenoot] rechtsgeldig heeft verworpen, kan niet worden uitgesloten dat appellante nog belang heeft bij een uitspraak van de Raad. In navolging van de rechtbank in de aangevallen uitspraak zal daarom worden aangenomen dat appellante bij beoordeling van het voorliggende geschil belang heeft en zal wat tegen de aangevallen uitspraak is aangevoerd, worden beoordeeld.
2. Appellante heeft in hoger beroep uitsluitend, en zonder motivering, aangevoerd dat zij van mening is dat geen sprake is van onverschuldigde betaling van het verleende persoonsgebonden budget (pgb) aan wijlen haar echtgenoot. Verder heeft zij aangevoerd dat zij een nadere verantwoording over de verleende zorg zal afleggen. In het hogerberoepschrift is verder verzocht een redelijke termijn te stellen voor aanvulling van de hogerberoepsgronden.
3. De nadere verantwoording heeft appellante evenwel niet ingezonden. Evenmin zijn nadere gronden voor het hoger beroep ontvangen. Appellante en haar gemachtigde zijn niet ter zitting verschenen. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak niet anders kan worden beoordeeld dan aan de hand van wat appellante in het hogerberoepschrift naar voren heeft gebracht.
4. De rechtbank heeft de in beroep naar voren gebrachte gronden besproken en gemotiveerd waarom zij daarin geen aanleiding heeft gevonden voor vernietiging van de beslissing op bezwaar van 1 december 2016. Bij die beslissing was gehandhaafd het besluit om het over 2014 aan wijlen de echtgenoot van appellante verleende pgb op nihil vast te stellen, omdat de rechtmatige besteding daarvan wegens het ontbreken van relevante stukken niet kon worden beoordeeld. Uit wat in hoger beroep naar voren is gebracht is niet af te leiden waarom appellante meent dat de rechtbank haar beroep bij de aangevallen uitspraak ten onrechte ongegrond heeft verklaard. Dat brengt mee dat de Raad de aangevallen uitspraak zal bevestigen.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) M.A.A. Traousis (getekend) J.P.A. Boersma
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep

RB