ECLI:NL:CRVB:2018:406
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging woonkostentoeslag wegens niet-naleving verhuisplicht
Appellant ontving bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag met de verplichting om binnen een jaar zijn woning te verkopen en geschikte woonruimte te vinden (verhuisplicht). Na twee periodes van toekenning verzocht appellant opnieuw om verlenging van de toeslag, maar het college wees dit af omdat appellant niet aan de verhuisplicht had voldaan.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, waarbij werd overwogen dat appellant geen bezwaar had gemaakt tegen de verhuisplicht en zijn stelling van een mondelinge toezegging niet kon onderbouwen. Ook het vertrouwensbeginsel faalde omdat eerdere toekenningen geen recht op toekomstige verlenging scheppen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar de Raad vond de motivering van de rechtbank toereikend en bevestigde de uitspraak. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De verlenging van de woonkostentoeslag is afgewezen omdat appellant niet aan de verhuisplicht heeft voldaan en het vertrouwensbeginsel niet is geschonden.