Uitspraak
16.4521 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en ontving van het college een lijst met bewijsstukken die hij moest overleggen. Ondanks een hersteltermijn leverde appellant niet alle benodigde documenten in, waaronder een volledig ingevuld aanvraagformulier en bankafschriften. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Appellant voerde aan dat hij door fysieke klachten en slechte telefonische bereikbaarheid niet in staat was tijdig de gevraagde stukken aan te leveren of contact op te nemen om uitstel te verzoeken. De Raad oordeelde dat appellant deze beweringen onvoldoende had onderbouwd en dat hij niet schriftelijk om uitstel had verzocht.
De Raad concludeerde dat het college bevoegd en redelijk heeft gehandeld door de aanvraag buiten behandeling te stellen. Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank Limburg werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt buiten behandeling gelaten wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde gegevens.