ECLI:NL:CRVB:2018:413
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaartermijn overschreden bij intrekking bijstandsuitkering zonder verschoonbare reden
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Maassluis trok deze bijstand in per 15 februari 2016. Appellant diende op 9 juni 2016 bezwaar in, ruim na het verstrijken van de zeswekentermijn die op 12 mei 2016 eindigde.
Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het niet-verschoonbaar overschrijden van de termijn. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij onjuist was geïnformeerd en dat een e-mail van Vluchtelingenwerk en zijn nieuwe aanvraag als bezwaarschriften hadden moeten worden aangemerkt.
De Raad oordeelde dat het e-mailbericht niet als bezwaar kon gelden omdat het besluit toen nog niet bestond en dat uit de nieuwe aanvraag niet bleek dat het bezwaar betrof. Ook was de rechtsmiddelenclausule juist en was appellant op tijd gewezen op de mogelijkheid tot bezwaar. Er was geen reden om te concluderen dat appellant niet in verzuim was. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking van bijstand is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.