ECLI:NL:CRVB:2018:4181
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsongeschiktheidspercentage en WGA-uitkering na herbeoordeling
Appellante was administratief medewerkster en meldde zich ziek vanwege bekken- en rugklachten. Het UWV stelde een WGA-uitkering vast met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%. Na een melding van verslechtering per 15 juni 2015 werd dit percentage herbeoordeeld en vastgesteld op 46,70%, wat door appellante werd aangevochten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht. De psychische klachten, waaronder borderline en depressie, en de problemen met samenwerken waren adequaat meegenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Nieuwe medische informatie ontbrak, en de beperkingen waren juist vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar bracht geen nieuwe objectieve medische gegevens in. De Raad volgde het oordeel van de rechtbank en de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat de beperkingen correct waren vastgelegd en dat appellante de geduide functies kon verrichten. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het arbeidsongeschiktheidspercentage van circa 46,7% en de toekenning van de WGA-uitkering zonder wijziging.