ECLI:NL:CRVB:2018:4244

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 december 2018
Publicatiedatum
2 januari 2019
Zaaknummer
17/6482 PW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 lid 2 onder c ParticipatiewetArt. 15 ParticipatiewetArt. 33 lid 2 ParticipatiewetArt. 3.18 WSF 2000Art. 8 EVRM
Verwijzingen
8 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging bijstand toegekend op 50% norm wegens studerende partner en voorliggende voorziening

In deze zaak stond de hoogte van de bijstand voor appellante centraal, waarbij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam bijstand had toegekend op 50% van de gehuwdennorm. Dit hield rekening met het inkomen van appellant, die studeerde en aanspraak kon maken op studiefinanciering.

De rechtbank Rotterdam had eerder geoordeeld dat appellant op grond van artikel 13, tweede lid, aanhef en onder c van de Participatiewet was uitgesloten van recht op bijstand vanwege zijn studiestatus en studiefinanciering. Het college moest bij de bijstand van appellante het inkomen uit studiefinanciering in aanmerking nemen volgens artikel 33, tweede lid, van de Participatiewet en het normbedrag uit artikel 3.18 van de WSF 2000.

Appellant had ervoor gekozen geen lening af te sluiten bij DUO tot het volledige normbedrag, maar dit deed niet af aan het feit dat studiefinanciering een voorliggende voorziening is zoals bedoeld in artikel 15 van Pro de Participatiewet. De Raad oordeelde dat het niet willen aangaan van schuld vanwege reeds bestaande schulden geen ongerechtvaardigde inmenging in het privéleven oplevert op grond van artikel 8 EVRM Pro, mede omdat het ging om een beperkte korting op de bijstand.

Het hoger beroep werd verworpen en de Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.

Uitkomst: De bijstand is terecht toegekend op 50% van de gehuwdennorm rekening houdend met studiefinanciering als voorliggende voorziening.

Uitspraak

17.6482 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 25 september 2017, 17/1905 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats 1] (appellant) en [appellante] te [woonplaats 2] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)
Datum uitspraak: 18 december 2018
Zitting heeft: M. Hillen
Griffier: F. Demiroğlu
Ter zitting zijn appellanten niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. V.E. van Dijk.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
1. Het college heeft terecht appellante met ingang van 4 juni 2016 bijstand toegekend naar 50% van de gehuwdennorm en daarbij rekening gehouden met het inkomen van appellant.
2. Appellant was op grond van artikel 13, tweede lid, aanhef en onder c van de Participatiewet (PW) uitgesloten van het recht op bijstand omdat hij vanwege zijn studie aanspraak kon maken op studiefinanciering. Het college was op grond van artikel 33, tweede lid, van de PW, gehouden om bij de bijstand van appellante het inkomen uit studiefinanciering in aanmerking te nemen naar het van toepassing zijnde normbedrag voor de kosten van levensonderhoud, genoemd in artikel 3.18 van de WSF 2000.
3. Dat appellant ervoor heeft gekozen om niet een lening af te sluiten bij DUO tot het volledige normbedrag, doet daar daarom niet aan af. Een lening in het kader van de studiefinanciering is een voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 15 van Pro de PW.
4. Dat appellanten geen schuld wilden aangaan, omdat zij al schulden hadden, maakt niet dat sprake is van een ongerechtvaardigde inmenging in hun privéleven op grond van artikel 8 van Pro het EVRM, temeer daar het hier ging om een als gevolg van het meenemen van het volledige normbedrag beperkte korting op de bijstand.
5. Het hoger beroep slaagt niet. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
F. Demiroğlu M. Hillen
md