ECLI:NL:CRVB:2018:4274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet tijdig ingediend hoger beroepschrift ondanks verblijf in buitenland
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel, maar dit hoger beroepschrift werd niet tijdig ingediend. De uiterste datum voor het indienen was 9 februari 2017, terwijl appellant het beroepschrift pas op 13 maart 2017 heeft ingediend.
Appellant gaf aan dat hij in de periode van het indienen van het hoger beroep in het buitenland verbleef en verzocht om de uitspraak per e-mail te ontvangen, zonder een zaakwaarnemer in Nederland aan te wijzen. De Raad oordeelde dat appellant zelf verantwoordelijk was voor het treffen van voorzieningen omtrent zijn post tijdens zijn verblijf in het buitenland.
De rechtbank had de uitspraak op de voorgeschreven wijze verzonden en was niet verplicht om aan het verzoek van appellant te voldoen. Het niet tijdig indienen van het hoger beroepschrift is het risico van appellant. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 27 december 2018.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat het hoger beroepschrift niet tijdig is ingediend en het verblijf in het buitenland geen verzuim rechtvaardigt.