ECLI:NL:CRVB:2018:4294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Rotterdam, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant stelde in verzet dat sprake was van betalingsonmacht en dat het verzoek om vrijstelling van griffierecht onterecht was afgewezen.
De Raad oordeelde dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die het verzuim konden rechtvaardigen. Hoewel appellant in een andere procedure informatie had verstrekt over zijn inkomenssituatie, was deze informatie niet automatisch bruikbaar voor deze procedure. Appellant had de mogelijkheid gekregen om actuele informatie te verstrekken, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 27 december 2018.
Uitkomst: Het verzet van appellant tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.