Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2018:4298

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 december 2018
Publicatiedatum
9 januari 2019
Zaaknummer
17/6505 ANW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in sociale zekerheidszaak afgewezen

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig was ingediend.

Appellante heeft vervolgens verzet aangetekend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Centrale Raad van Beroep heeft het verzet behandeld, waarbij beide partijen niet zijn verschenen op de zitting.

De Raad heeft geoordeeld dat het verzetschrift te laat is ingediend, aangezien de uiterste dag voor indiening 12 januari 2018 was, terwijl het verzetschrift pas op 23 januari 2018 is ontvangen. Appellante kon niet aannemelijk maken dat zij het verzuim niet kon worden toegerekend.

Daarom is het verzet niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in aanwezigheid van griffier M.A.E. Lageweg, op 27 december 2018.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn.

Uitspraak

Datum uitspraak: 27 december 2018
17/6505 ANW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 augustus 2017, 17/397 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 1 december 2017 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 13 november 2018, waar beide partijen niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 1 december 2017 berust op de overwegingen dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet.
De laatste dag waarop tijdig een verzetschrift kon worden ingediend, was 12 januari 2018. Het door appellante ingediende verzetschrift is gedateerd op 4 januari 2018 en is op
23 januari 2018 door de Raad ontvangen. De termijn voor het indienen van een verzetschrift is aldus overschreden.
Appellante heeft in verzet te kennen gegeven dat zij de uitspraak van de Raad van
1 december 2017 laat heeft ontvangen.
De Raad is van oordeel dat niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat het verzuim appellante niet kan worden verweten. Dat appellante de uitspraak van de Raad laat heeft ontvangen heeft zij niet met bewijsstukken onderbouwd.
Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van M.A.E. Lageweg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 december 2018.
(getekend) H.C.P. Venema
(getekend) M.A.E. Lageweg

LO

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) déclare l’opposition contre la présente décision interjeté non-recevable.
Par conséquent, décidée par H.C.P. Venema en présence de M.A.E. Lageweg en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 27 december 2018.