Uitspraak
17.1914 PW-PV
BESLISSING
- veroordeelt het college in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 1.503,-;
- bepaalt dat het college aan appellant het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van
in totaal € 170,- vergoedt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
De appellant had een verlaging van zijn bijstandsuitkering van 100% over de maand november 2015 opgelegd gekregen door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen.
De appellant kon geen controleerbare stukken overleggen waaruit bleek dat hij had voldaan aan zijn sollicitatieverplichting; een lijst met namen van bedrijven was onvoldoende bewijs. Het college gaf aan dat in het oorspronkelijke besluit een onjuiste wettelijke grondslag was vermeld, maar dit werd door de Raad gepasseerd omdat de appellant hierdoor niet werd benadeeld.
De Raad vond geen dringende redenen om de maatregel te wijzigen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Het college werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de appellant en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
De appellant was niet aanwezig bij de zitting en heeft geen aanvullende stukken ingediend. De beslissing is genomen op 18 december 2018 door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% over november 2015 wordt bevestigd wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen.