Uitspraak
16.3926 PW
mr. D. van der Wal, advocaat, verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P. Bethlehem.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, met een WIA-uitkering, woont samen met zijn bewindvoerder die tevens mentor en mantelzorger is. Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten bewindvoering, eigen bijdrage rechtsbijstand en griffierecht, maar het college wees dit af omdat appellant voldoende draagkracht heeft. Het college paste de kostendelersnorm toe, omdat appellant en bewindvoerder samenwonen en appellant slechts de helft van de huur betaalt, hoewel hij de gehele woning huurt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de kostendelersnorm terecht werd toegepast, ook gezien de mantelzorgrelatie. In hoger beroep stelde appellant dat er sprake was van een commerciële huurovereenkomst en dat de uitzondering op de kostendelersnorm van toepassing was, maar kon dit niet met concrete stukken onderbouwen.
De Raad stelde vast dat de bewijslast voor de uitzondering op appellant rust en dat de huurovereenkomst niet overeenkomt met de feitelijke situatie, waarin appellant slechts de helft van de hypotheek en kosten betaalt. Gezien de zorgrelatie en het ontbreken van een volledige zakelijke relatie is de kostendelersnorm terecht toegepast. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand vanwege juiste toepassing van de kostendelersnorm.