ECLI:NL:CRVB:2018:507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet opgegeven inkomsten zelfstandige
Appellant en zijn partner ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet. Het college verleende toestemming voor werkzaamheden als marginaal zelfstandige onder voorwaarden van administratie en inkomstenmelding. Na een anonieme tip startte het college een onderzoek naar mogelijke niet opgegeven inkomsten uit zelfstandige activiteiten.
Het college schortte het recht op bijstand op vanwege het niet overleggen van alle bankafschriften. Na inlevering van ontbrekende stukken werd de opschorting ongedaan gemaakt. Vervolgens herzag het college de bijstand over een eerdere periode en vorderde een bedrag terug wegens het niet melden van inkomsten uit eigen bedrijf. Appellant voerde aan dat hij geen melding hoefde te maken omdat hij geen winst had gemaakt.
De Raad oordeelde dat het verrichten van werkzaamheden zonder melding een schending van de inlichtingenplicht is, ongeacht winst. Ook werd het standpunt van appellant dat kosten in mindering gebracht moesten worden verworpen. De berekening van de terugvordering was aanvankelijk onduidelijk, maar het college legde een nieuwe berekening voor. De Raad bevestigde het bestreden besluit en veroordeelde het college in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand en veroordeelt het college in de proceskosten.