ECLI:NL:CRVB:2018:512
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek bijstand op grond van geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden
Appellanten verzochten herziening van een bijstandsbesluit uit 2009 waarbij bijstand werd verleend met een korting wegens inwonende kinderen met eigen inkomen. Dit verzoek werd door het dagelijks bestuur afgewezen omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten onder meer onzorgvuldigheid in het onderzoek, onvoldoende bestaansminimum en schending van artikelen 13 en 14 van het Europees Sociaal Handvest aan.
De Raad oordeelde dat de bewijslast voor nieuwe feiten bij appellanten ligt en dat hun argumenten geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten. Het beroep op het Europees Sociaal Handvest leidt niet tot evidente onredelijkheid omdat de gehuwdennorm toereikend is voor het bestaansminimum. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het herzieningsverzoek bevestigd.