Uitspraak
17.3507 AKW
mr. S. Herder.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) over de verdeling van kinderbijslag. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare reden.
In hoger beroep stelde appellant dat de overschrijding verschoonbaar was vanwege het niet tijdig ontvangen van stukken van de SVB, misleiding door een griffier en zijn beperking door het syndroom van Asperger. De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet in verzuim was. De vermeende nalatigheid van de SVB stond objectief gezien tijdige indiening niet in de weg.
De Raad benadrukte dat appellant een pro forma beroepschrift had kunnen indienen en dat geen toezegging was gedaan dat termijnoverschrijding zonder meer verschoonbaar zou zijn. Ook bevestigden artsen niet dat zijn aandoening hem verhinderde tijdig beroep in te stellen. Het beroep werd daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn.