ECLI:NL:CRVB:2018:628
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.C.R. Schut
- J.L. Boxum
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitbetaling resterend bedrijfskrediet en verlenging bijstand wegens niet-levensvatbaarheid bedrijf
Appellant exploiteert sinds maart 2014 een bedrijf gericht op computersystemen. Het college kende hem een bedrijfskrediet en algemene bijstand toe, maar weigerde later het resterende krediet uit te betalen en de bijstand te verlengen vanwege de niet-levensvatbaarheid van het bedrijf.
Het college baseerde zich op een rapport van Jupister dat concludeerde dat het bedrijf geen werkend prototype had opgeleverd, geen omzet behaalde en onvoldoende marktkansen bood. Appellant voerde aan dat hem een toezegging was gedaan dat de bijstand zou worden voortgezet en dat het college onzorgvuldig had gehandeld.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, omdat appellant geen bewijs leverde van een toezegging en het college bevoegd was een onderzoek te doen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en wijst het hoger beroep af, omdat het vertrouwensbeginsel niet slaagt, het college niet onrechtmatig heeft gehandeld en het rapport van Jupister betrouwbaar is.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.