ECLI:NL:CRVB:2018:63
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit bijstand wegens onduidelijke inkomsten en terugvordering
Betrokkene ontvangt sinds 2009 bijstand op grond van de Participatiewet. Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, herzag de bijstand over de periode december 2014 tot juli 2015 vanwege niet gemelde stortingen op de bankrekening van betrokkene. De rechtbank oordeelde dat een storting van € 1.000,- een gift was en geen inkomen, en vernietigde het herzieningsbesluit.
In hoger beroep stelt appellant dat de storting van € 1.000,- niet aannemelijk als gift is aangetoond en dat de overige stortingen ook als inkomen moeten worden aangemerkt. De Raad oordeelt dat betrokkene de inlichtingenverplichting heeft geschonden, maar dat de storting van € 1.000,- niet aannemelijk als gift is onderbouwd en daarom terecht als inkomen is aangemerkt. Ook de stortingen van € 100,- en € 150,- zijn niet voldoende verantwoord als gift.
De incidentele verkopen via Marktplaats vormen geen inkomen en behoeven geen melding. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit voor zover het de herziening over december 2014 en maart 2015 betreft en de terugvordering in zijn geheel. Appellant wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de overwegingen van de Raad.
Uitkomst: Het herzieningsbesluit en de terugvordering van bijstand worden vernietigd en appellant wordt opgedragen opnieuw te beslissen.