ECLI:NL:CRVB:2018:637
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep zonder tegemoetkoming
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Vervolgens heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling van de Sociale verzekeringsbank (Svb).
De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Raad overwoog dat intrekking van het beroep alleen leidt tot een proceskostenveroordeling indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift tegemoet is gekomen.
In deze zaak was het hoger beroep ingetrokken nadat de rechtbank Den Haag in een andere zaak tussen partijen het beroep van appellant gegrond had verklaard, maar niet als gevolg van een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij tegemoetkoming was verleend. Daarom werd het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 maart 2018.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het hoger beroep niet is ingetrokken vanwege tegemoetkoming door het bestuursorgaan.