Uitspraak
17.44 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt sinds 1996 bijstand en kreeg in 2015 een besluit tot terugvordering van bijstand en een boete opgelegd wegens het niet melden van werkzaamheden. Het bezwaar tegen de boete werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkheid ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat tijdens de hoorzitting een toezegging was gedaan dat de boete zou worden vernietigd en verlaagd, maar het college had deze toezegging niet nagekomen en slechts administratief de boete verlaagd. De Raad oordeelde dat het bezwaarschrift niet tijdig was ingediend en dat er geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding.
De toezegging tijdens de hoorzitting kon niet leiden tot een inhoudelijke toetsing van het bezwaar. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt bevestigd.