ECLI:NL:CRVB:2018:767

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 maart 2018
Publicatiedatum
15 maart 2018
Zaaknummer
17/2482 WAO-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 AwbAlgemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet-betaald griffierecht in hoger beroep sociale zekerheidszaak

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een sociale zekerheidszaak, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald.

Appellant heeft vervolgens verzet aangetekend en gesteld het griffierecht niet te kunnen betalen en een verzoek om vrijstelling te hebben ingediend. De Raad heeft echter vastgesteld dat dit verzoek niet is ontvangen en dat appellant geen bewijs heeft geleverd van tijdige verzending.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die het verzuim kunnen rechtvaardigen en verklaart het verzet daarom ongegrond. Er is geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten van het verzet.

Uitkomst: Het verzet van appellant wordt ongegrond verklaard wegens het niet voldoen aan de betaling van het griffierecht en het ontbreken van een tijdig verzoek om vrijstelling.

Uitspraak

Datum uitspraak: 1 maart 2018
17/2482 WAO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 28 februari 2017, 16/6445 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Zitting heeft: H.C.P. Venema
Griffier: N.L. Kuipers
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 21 juli 2017 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
In het verzetschrift heeft appellant verklaard dat hij het griffierecht niet kan te betalen en dat hij een verzoek om vrijstelling van het griffierecht heeft gedaan.
De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. Een verzoek om vrijstelling van het griffierecht is niet bij de Raad ontvangen. Appellant heeft ook geen bewijsstukken van tijdige verzending van het verzoek om vrijstelling overgelegd.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) N.L. Kuipers (getekend) H.C.P. Venema
GdJ