ECLI:NL:CRVB:2018:768

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 maart 2018
Publicatiedatum
15 maart 2018
Zaaknummer
17/5351 AOW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in AOW-zaken ongegrond verklaard

De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een AOW-voorziening. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep op 24 november 2017 niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig was ingediend.

Appellant heeft vervolgens verzet aangetekend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de zitting op 1 maart 2018 verscheen appellant niet. De Raad heeft het verzet beoordeeld en vastgesteld dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die het verzuim kunnen opheffen.

Daarom heeft de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond verklaard. Tevens is geen aanleiding gezien om appellant te veroordelen in de proceskosten van het verzet. Hiermee is de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep definitief bevestigd.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep is ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 1 maart 2018
17/5351 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 13 juni 2017, 16/6874 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Zitting heeft: H.C.P. Venema
Griffier: N.L. Kuipers
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 24 november 2017 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.
Appellant heeft in verzet geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) N.L. Kuipers (getekend) H.C.P. Venema

NW