Uitspraak
16.4078 PW
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Naar aanleiding van een anonieme melding startte de gemeente Tilburg een onderzoek naar het bezit van onroerend goed en inkomsten van haar echtgenoot in Turkije. Uit het onderzoek bleek dat de echtgenoot meerdere woningen en landbouwgrond bezat, die niet waren gemeld bij de aanvraag van de bijstand.
Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten van bijstand terug wegens het niet nakomen van de inlichtingenverplichting door appellante. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet op de hoogte was van het vermogen van haar echtgenoot en dat het onroerend goed slechts gedeeltelijk eigendom zou zijn.
De Raad oordeelde dat appellante verantwoordelijk is voor de juistheid van de verstrekte gegevens en dat zij had moeten nagaan wat het vermogen van haar echtgenoot was. De stelling dat het onroerend goed slechts voor een vierde deel eigendom was, werd niet onderbouwd met verifieerbare stukken. Ook gaf appellante geen inzicht in de inkomsten van haar echtgenoot. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het niet melden van het vermogen en de inkomsten van de echtgenoot.