ECLI:NL:CRVB:2018:869
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand door toepassing kostendelersnorm bij inwoning meerderjarige
Appellant ontving bijstand als alleenstaande en stond ingeschreven op een adres waar vanaf 28 januari 2015 ook een tweede meerderjarige persoon, [A], was ingeschreven. Het college verlaagde de bijstand van appellant met ingang van die datum op grond van de kostendelersnorm, omdat twee meerderjarigen hetzelfde adres delen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de inschrijving van [A] onjuist was, omdat [A] het adres alleen als postadres gebruikte. Hij had een hoofdbewonersverklaring ingevuld om dit te bevestigen en stelde dat hij van de dienst Burgerzaken had vernomen dat deze inschrijving geen gevolgen had voor zijn bijstand. Ter onderbouwing overhandigde appellant verklaringen van derden en zijn huisarts.
De Raad oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat [A] zijn hoofdverblijf op het adres had, mede op basis van de BRP-gegevens en de hoofdbewonersverklaring. Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat het college niet van deze verklaring mocht uitgaan of dat er sprake was van een gerechtvaardigde verwachting op grond van toezeggingen. De verklaringen van derden en de huisarts waren achteraf opgesteld en onvoldoende onderbouwd.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de verlaging van de bijstand bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand op grond van de kostendelersnorm wordt bevestigd.