ECLI:NL:CRVB:2018:885
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en terugvordering wegens onvolledige opgave inkomsten rijschoolhouder
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet, waarbij inkomsten uit een eenmanszaak als rijschoolhouder in mindering werden gebracht. Na een boekenonderzoek door de Belastingdienst en een aanvullend sociaal rechercheonderzoek stelde het college vast dat appellanten niet alle gevraagde gegevens over de inkomsten en activiteiten van de rijschool hadden verstrekt.
Het college trok daarom de bijstand met ingang van 1 januari 2014 in en vorderde de kosten van bijstand over de periode tot 31 januari 2015 terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat eerdere acceptatie van stukken door het college en de definitieve belastingaanslagen voldoende waren om het recht op bijstand vast te stellen.
De Raad oordeelde dat appellanten niet het volledige leerlingenbestand en een overzicht van de kilometerstanden van de lesauto hadden overgelegd, gegevens die relevant zijn voor de vaststelling van inkomsten. Het college was bevoegd om aanvullende gegevens op te vragen bij twijfel over de juistheid van eerdere stukken. Het ontbreken van concrete en verifieerbare gegevens leidde tot schending van de inlichtingenverplichting en rechtvaardigde de intrekking van de bijstand.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en de terugvordering zijn bevestigd wegens het niet volledig overleggen van gevraagde gegevens.