ECLI:NL:CRVB:2018:932
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging kinderbijslag wegens verblijf kind buiten Nederland conform gewijzigde AKW
Appellant ontving kinderbijslag voor zijn kind dat in de Filipijnen woont. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) beëindigde de kinderbijslag met ingang van het eerste kwartaal van 2016, omdat het kind niet meer in Nederland woonde. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat de beëindiging onterecht was en dat hij meer voorzieningen zou ontvangen als het kind in Nederland woonde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de Wet herziening export kinderbijslag (in werking sinds 1 januari 2015) artikel 7b van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) had gewijzigd. Dit artikel bepaalt dat geen recht op kinderbijslag bestaat indien het kind niet in Nederland woont, tenzij het kind in een land woont waar op grond van EU-verordening recht op kinderbijslag bestaat.
Omdat het kind van appellant op de eerste dag van het eerste kwartaal 2016 niet in Nederland woonde en de Filipijnen niet onder de EU-verordening vallen, was het recht op kinderbijslag terecht beëindigd. Het Verdrag tussen Nederland en de Filipijnen inzake export van sociale verzekeringsuitkeringen was niet van toepassing op kinderbijslag sinds 1 juli 2015. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De kinderbijslag is terecht beëindigd per het eerste kwartaal van 2016 omdat het kind niet in Nederland woont.