ECLI:NL:CRVB:2018:979
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens recht op studiefinanciering voor uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs
Appellant, geboren in 1989, had een MBO niveau 2 koksopleiding afgerond maar kon vanwege knieklachten niet meer als kok werken. Vanaf juli 2013 vroeg hij meerdere keren bijstand aan, welke vaak werd afgewezen. In 2015 meldde appellant zich aan voor een BOL-opleiding Administratief medewerker niveau 2 bij MBO Amersfoort en sloot een onderwijsovereenkomst met een startdatum van 1 augustus 2015. De Minister verleende studiefinanciering vanaf 1 september 2015.
Het college wees de bijstandsaanvraag af op grond van artikel 13, tweede lid, aanhef en onder c, van de Participatiewet (PW), omdat appellant uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kon volgen en aanspraak had op studiefinanciering. De rechtbank vernietigde het besluit voor de periode 15 juli tot 1 augustus 2015, maar handhaafde het voor de periode daarna.
In hoger beroep stelde appellant dat het volgen van onderwijs vanaf 1 augustus 2015 feitelijk niet mogelijk was omdat de opleiding vol was, en dat het college onduidelijke eisen stelde. De Raad oordeelde echter dat appellant vanaf 1 augustus 2015 aan de voorwaarden van de uitsluitingsgrond voldeed omdat hij een onderwijsovereenkomst had en aanspraak had op studiefinanciering. Het feit dat hij later werd afgewezen voor de opleiding en studiefinanciering moest terugbetalen, was niet relevant voor de periode in geschil.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag vanaf 1 augustus 2015 bevestigd.