ECLI:NL:CRVB:2018:980
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet volgen van uit Rijks kas bekostigd onderwijs
Appellant, geboren in 1991, ontving bijstand sinds januari 2014. Het dagelijks bestuur stelde dat appellant zich per 1 februari 2016 moest inschrijven voor een opleiding en studiefinanciering moest aanvragen. Appellant verscheen niet op bijeenkomsten ter ondersteuning en informatie over scholing.
Het dagelijks bestuur trok de bijstand per 1 februari 2016 in op grond van artikel 13, tweede lid, onder c, van de Participatiewet, omdat appellant uit Rijks kas bekostigd onderwijs kon volgen en aanspraak had op studiefinanciering. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en wees het beroep af.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet in staat was om onderwijs te volgen en dat de intrekking niet tijdig was aangekondigd. De Raad oordeelde dat appellant zijn opleidingsmogelijkheden niet had benut en dat het dagelijks bestuur terecht uitging van zijn verantwoordelijkheid. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellant zich niet inschreef voor een opleiding terwijl hij daartoe in staat was.