ECLI:NL:CRVB:2018:994
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WIA-uitkering wegens onjuiste vaststelling arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds 2011 arbeidsongeschikt is door een verwijderde knieschijf na een ongeval, kreeg van het UWV geen WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betwist appellant de juistheid van het verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek waarop het besluit was gebaseerd.
De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige, orthopedisch chirurg Van Mourik, die concludeerde dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) aangepast moesten worden, met name op het gebied van klimmen en knielen/hurken. De Raad volgde deze deskundige en verwierp de tegenargumenten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit niet deugdelijke motivering bevatte en vernietigde het besluit. Het UWV wordt opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij een nieuwe FML moet worden opgesteld rekening houdend met de door de deskundige vastgestelde beperkingen. Indien dit leidt tot volledige arbeidsongeschiktheid, moet ook de duurzaamheid worden beoordeeld.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant en het betaalde griffierecht. Het beroep wordt gegrond verklaard en het nieuwe besluit kan alleen bij de Raad worden aangevochten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst.