ECLI:NL:CRVB:2019:1021

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 maart 2019
Publicatiedatum
27 maart 2019
Zaaknummer
18/4931 WW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in socialezekerheidszaak

De appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam in een zaak over werknemersverzekeringen. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat de gronden niet tijdig waren ingediend en appellant in verzuim zou zijn geweest.

Appellant stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Na onderzoek bleek dat appellant niet in verzuim was en de gronden tijdig had ingediend. Daarom werd het verzet gegrond verklaard, de eerdere uitspraak van 9 januari 2019 verviel en het onderzoek werd voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 27 maart 2019.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep is gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet.

Uitspraak

Datum uitspraak: 27 maart 2019
18/4931 WW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 31 juli 2018, 17/6308 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 9 januari 2019 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft verzet gedaan.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 9 januari 2019 berust op de overwegingen dat de gronden van het hoger beroep niet tijdig zijn ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
In verzet is gebleken dat appellant niet in verzuim is geweest en tijdig gronden heeft ingediend.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van
9 januari 2019 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2019.
(getekend) H.C.P. Venema
(getekend) J.A. Achterberg
GdJ