ECLI:NL:CRVB:2019:1031
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling buitenlandbijdrage 2012 en afwijzing schadevergoeding
Appellant, woonachtig in Turkije en ontvanger van diverse uitkeringen, maakte bezwaar tegen de vaststelling van de buitenlandbijdrage over het jaar 2012 door het CAK. Deze bijdrage was gebaseerd op het Verdrag tussen Nederland en Turkije en de Zorgverzekeringswet. De rechtbank Amsterdam verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat de berekening van de buitenlandbijdrage correct was, mede omdat deze was gebaseerd op een beschikking van de Belastingdienst.
In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe gegevens aangeleverd die de juistheid van de buitenlandbijdrage over 2012 betwijfelen. Wel diende hij medische stukken in die betrekking hadden op de hoogte van zijn uitkering, maar deze waren niet relevant voor het bestreden besluit. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De Raad benadrukte dat het geschil beperkt bleef tot de buitenlandbijdrage over 2012 en dat de overige bezwaren van appellant niet tot een andere beoordeling konden leiden. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 27 maart 2019.
Uitkomst: De buitenlandbijdrage over 2012 is juist vastgesteld en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.