ECLI:NL:CRVB:2019:1039
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV en stelde dat hij recht heeft op een WAO-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet was betaald. Appellant betwistte dit en stelde dat het griffierecht wel was voldaan en dat het beroepschrift tijdig was ingediend.
De Centrale Raad van Beroep heeft het dossier bestudeerd en vastgesteld dat de rechtbank terecht oordeelde dat het griffierecht niet tijdig was betaald. De rechtbank had appellant meerdere malen gewezen op de betalingsverplichting en de gevolgen van niet-betaling, waaronder een aangetekende herinnering. Op de zittingsdatum was het griffierecht van €46,- nog niet voldaan.
De Raad benadrukt dat het feit dat appellant in hoger beroep wel griffierecht heeft betaald niet relevant is voor de ontvankelijkheid van het beroep bij de rechtbank. Daarom is het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard en is het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling van het UWV.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.