ECLI:NL:CRVB:2019:1040
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na psychiatrische expertise
Appellant, werkzaam als pedagogisch medewerker, meldde zich ziek met fysieke en psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering en beval een nieuw besluit na een onafhankelijke expertise.
Het UWV liet een psychiater een onderzoek uitvoeren, die PTSS vaststelde met beperkte beperkingen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde een nieuwe Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op zonder urenbeperking, en concludeerde dat de eerder geselecteerde functies geschikt waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en vond het onderzoek zorgvuldig ondanks het ontbreken van een tolk.
Appellant stelde in hoger beroep dat de vragen aan de psychiater niet volledig waren en dat er tegenstrijdigheden waren in de rapporten, met name over urenbeperking. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld, de beperkingen juist waren weergegeven en dat er geen reden was voor een nadere deskundige. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.