Uitspraak
OVERWEGINGEN
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was militair en werd uitgezonden naar Bosnië van augustus 1996 tot februari 1997. Na zijn diensttijd vroeg hij in 2013 een militair invaliditeitspensioen aan vanwege psychische klachten. Een deskundigenrapport concludeerde dat appellant leed aan een matig ernstige depressieve stoornis en een posttraumatische stressstoornis (PTSS), waarvan de PTSS deels terug te voeren was op de uitzending.
De deskundigen konden echter niet met zekerheid vaststellen of de PTSS op de peildatum 2 april 2013 al in volle omvang aanwezig was. De depressieve stoornis werd niet in overwegende mate aan de uitzending toegeschreven. De Raad volgde het deskundigenrapport en vond geen reden om dit te betwijfelen, ondanks de suggestie van de staatssecretaris dat de PTSS mogelijk andere oorzaken had.
Gezien het ontbreken van voldoende grondslag voor invaliditeit met dienstverband op de peildatum, werd het hoger beroep afgewezen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van invaliditeit met dienstverband op de peildatum.