ECLI:NL:CRVB:2019:1088
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering en beëindiging ziekengeld na 104 weken
Appellant was werkzaam als verkoopmedewerker en meldde zich ziek vanaf 14 november 2013, waarna hij een WW-uitkering ontving. Het UWV bracht hem in aanmerking voor een Ziektewetuitkering en wees later de aanvraag voor een WIA-uitkering af op basis van medische en arbeidskundige beoordelingen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond en wees zijn verzoeken om uitstel vlak voor de zitting af vanwege het ontbreken van uitzonderlijke omstandigheden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het niet honoreren van het tweede uitstelverzoek zijn recht op een eerlijk proces schond, maar dit werd verworpen. De Raad volgde de rechtbank in haar oordeel dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en dat er geen aanwijzingen waren dat de ziekteperioden onjuist waren vastgesteld. Ook werd bevestigd dat het ziekengeld terecht werd beëindigd na het bereiken van de maximale termijn van 104 weken.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de aangevallen uitspraken. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WIA-uitkering en de beëindiging van het ziekengeld na 104 weken.