ECLI:NL:CRVB:2019:1098

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 maart 2019
Publicatiedatum
29 maart 2019
Zaaknummer
18/1325 AKW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 lid 7 AwbArt. 8:108 lid 1 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te late indiening ongegrond verklaard

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening. Tegen deze beslissing heeft appellant verzet ingesteld, waarbij werd aangevoerd dat ziekte de reden was voor de vertraging.

De Raad heeft vastgesteld dat het hogerberoepschrift op 1 maart 2018 is gedateerd en ontvangen op 9 maart 2018, terwijl de uiterste dag voor indiening 23 februari 2018 was. Appellant heeft een medische verklaring overgelegd waaruit blijkt dat hij ziek was van 18 januari tot en met 26 februari 2018.

De Raad oordeelt echter dat appellant niet heeft aangetoond dat hij gedurende de gehele beroepstermijn om medische redenen niet in staat was om tijdig hulp van derden in te schakelen voor het indienen van het hogerberoepschrift. Daarom wordt het verzet ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 29 maart 2019
18/1325 AKW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 12 januari 2018, 16/6453 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 20 juli 2018 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Namens appellant heeft mr. F. Bouyaghjdane, advocaat, verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 15 februari 2019. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Bouyaghjdane. De Svb heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 20 juli 2018 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was
23 februari 2018. Het hogerberoepschrift is gedateerd 1 maart 2018 en is, gezien de poststempel op de enveloppe, op 1 maart 2018 ter post bezorgd. Het hogerberoepschrift is op 9 maart 2018 bij de Raad ontvangen. Daarmee staat vast dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.
In het verzetschrift en ter zitting heeft de gemachtigde van appellant - voor zover thans van belang - te kennen gegeven dat appellant wegens ziekte niet in staat is geweest tijdig een hogerberoepschrift in te dienen. De gemachtigde van appellant heeft een medische verklaring van een arts overgelegd waaruit blijkt dat appellant ziek was van 18 januari 2018 tot en met 26 februari 2018.
De Raad stelt vast dat de gemachtigde van appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. Met de medische verklaring is niet aangetoond dat appellant gedurende de gehele beroepstermijn om medische redenen niet in staat is geweest tijdig de hulp van derden in te schakelen om namens hem een hogerberoepschrift in te dienen.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van M.A.A. Traousis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 maart 2019.
(getekend) H.C.P. Venema
(getekend) M.A.A. Traousis
GdJ