ECLI:NL:CRVB:2019:1103
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant stelde in verzet dat hij zijn zoon geld had gegeven om het griffierecht te betalen, maar kon dit niet met bewijsstukken onderbouwen. De Raad constateerde dat er geen betaling was ontvangen en dat appellant geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die het verzuim konden rechtvaardigen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het wettelijke stelsel geen ruimte biedt voor een nieuwe termijn voor betaling van het griffierecht. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien om appellant te veroordelen in de proceskosten van het verzet.
De uitspraak werd gedaan door H.C.P. Venema, in aanwezigheid van griffier M.A.A. Traousis, en uitgesproken in het openbaar op 29 maart 2019.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht is ongegrond verklaard.