ECLI:NL:CRVB:2019:1112

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 maart 2019
Publicatiedatum
1 april 2019
Zaaknummer
16/6687 WAO-R
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rectificatie uitspraak Centrale Raad van Beroep over vergoeding proceskosten en medisch onderzoek

De Centrale Raad van Beroep heeft op 27 maart 2019 een rectificatie uitgesproken op haar eerdere uitspraak van 20 december 2018 (zaaknummer 16/6687 WAO). In de oorspronkelijke uitspraak waren de kosten van een medisch onderzoek door arts J.J. Nasheed-Linssen ten bedrage van € 1.050,- niet meegenomen in de proceskostenvergoeding.

Na vaststelling door mr. G.G. Mostert en reactie van het UWV heeft de Raad besloten de eerdere uitspraak te vernietigen en het UWV op te dragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van de rectificatie. Tevens is het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan appellante, inclusief de kosten van het medisch onderzoek en reiskosten.

De totale proceskostenvergoeding bedraagt € 4.351,50, inclusief griffierecht. De rectificatie is openbaar uitgesproken en een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak is toegevoegd en gepubliceerd op rechtspraak.nl.

De uitspraak is gedaan door A.T. de Kwaasteniet in aanwezigheid van griffier M.D.F. de Moor.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de eerdere uitspraak en draagt het UWV op een nieuwe beslissing te nemen met vergoeding van de proceskosten inclusief medisch onderzoek.

Uitspraak

16/6687 WAO-R
Datum uitspraak: 27 maart 2019
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 20 december 2018, 16/6687 WAO
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Mr. G.G. Mostert heeft vastgesteld dat in de uitspraak van de Raad van 20 december 2018 ten onrechte niet de kosten van het medisch onderzoek uitgevoerd door J.J. Nasheed-Linssen, arts n.p., ten bedrage van € 1.050,-, zijn meegenomen in de vergoeding van de proceskosten.
De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over een rectificatie van de uitspraak.
Het Uwv heeft een reactie gegeven.

OVERWEGINGEN

De Raad wijzigt de uitspraak van 20 december 2018 als volgt.
Pagina 6, overweging 5, wordt:
Er is aanleiding het Uwv op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht te veroordelen in de kosten van appellante voor verleende rechtsbijstand. Deze kosten worden begroot op € 1.252,50 in bezwaar, € 1.002,- in beroep en € 1.002,- in hoger beroep. Voorts komen de kosten die appellante heeft moeten maken voor het medisch onderzoek uitgevoerd door J.J. Nasheed-Linssen, arts n.p., ten bedrage van € 1.050,- voor vergoeding in aanmerking. De reiskosten in hoger beroep worden begroot op € 45,-. De proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen bedragen in totaal € 4.351,50.
Pagina 6, onder BESLISSING, wordt:
De Centrale Raad van Beroep
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 1 december 2015;
- draagt het Uwv op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van deze
uitspraak en bepaalt dat beroep tegen dit besluit slechts bij de Raad kan worden ingesteld;
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante, tot een bedrag van in totaal € 4.351,50;
- bepaalt dat het Uwv appellante het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht
vergoedt, tot een bedrag van in totaal € 170,-.
Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 20 december 2018, 16/6687 WAO, als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door A.T. de Kwaasteniet, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2019.
(getekend) A.T. de Kwaasteniet
(getekend) M.D.F de Moor

VC