ECLI:NL:CRVB:2019:1113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens te late indiening ongegrond verklaard
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig was ingediend. Appellant maakte bezwaar tegen deze niet-ontvankelijkverklaring door verzet aan te tekenen.
Tijdens de zitting van 15 februari 2019 verscheen appellant, terwijl het college van burgemeester en wethouders van Den Helder zich niet liet vertegenwoordigen. Appellant voerde aan dat het hogerberoepschrift mogelijk te lang bij de postkamer van de Raad had gelegen of door een staking bij PostNL vertraging had opgelopen, maar kon dit niet onderbouwen met concrete feiten.
De Raad stelde vast dat het hogerberoepschrift pas op 18 april 2018 werd ontvangen, terwijl de uiterste datum voor indiening 12 april 2018 was. Er waren geen aanwijzingen voor onregelmatigheden in de postbezorging. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Wel bepaalde de Raad dat het betaalde griffierecht van €126,- aan appellant wordt terugbetaald en dat er geen proceskostenveroordeling volgt.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het betaalde griffierecht wordt terugbetaald.