ECLI:NL:CRVB:2019:1125
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing tweede plaats van tewerkstelling tijdens opleiding politie
Appellant, werkzaam als Generalist GGP, volgde een initiële opleiding niveau 4 van het Politieonderwijs 2.0. Tijdens deze opleiding werd door de korpschef een tweede plaats van tewerkstelling aangewezen voor het theoretische deel, naast de hoofdplaats voor het praktische deel. Appellant maakte bezwaar tegen deze aanwijzing.
De korpschef beriep zich op pragmatische redenen en de toepasselijkheid van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit reis-, verblijf-, en verhuiskosten politie (Brvvp). De opleiding was van langdurige aard, appellant was volledig vrijgesteld van zijn oorspronkelijke werkzaamheden en de combinatie van werken en leren werd als werkzaamheden aangemerkt. Tevens werd een reiskostenvergoeding toegekend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de korpschef de functie als uitgangspunt mocht nemen en dat de aanwijzing van een tweede plaats van tewerkstelling passend was, mede gezien de vrijwillige deelname van appellant en de vergoeding van reiskosten. Het beroep van appellant op andere artikelen van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp) faalde omdat deze op herplaatsingskandidaten zien.
De Raad zag geen reden tot het toewijzen van proceskosten en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanwijzing van een tweede plaats van tewerkstelling bevestigd.